Al jaren wordt van diverse wetenschappelijke kanten geadviseerd een goede zonnebril te dragen. Tijdens de opening van het Londens museum op het gebied van medische ontwikkelingen (juli 2007) benadrukte Professor Jack Watson, Nobelprijswinnaar en befaamd genwetenschapper, de noodzaak van het dragen van een zonnebril ter bescherming van de retina tegen zonlicht. Hij trok daarbij de vergelijking met het gebruik van crèmes en kleding ter bescherming van de huid tegen kanker door overmatig zonlicht.
Professor Ian Anderson, voorzitter van het Britse Oogzorg Instituut beaamt deze zienswijze en spitst het zelfs nog toe voor mensen met Macula Degeneratie, Stargard, Retinitis Pigmentosa, Usher en andere degeneratieve retina ziekten. Hij adviseert deze patiënten vooral zo vroeg mogelijk een bril te dragen die de UV-straling uit het zonlicht kan filteren.
NB: Niet elke zonnebril is geschikt; vraag advies. Misschien is een bril met filterglazen van UV 400 (of minder) voor u de oplossing.
Tekst Henk Battem, januari 2008
Door: Dr. Anneke den Hollander en prof. dr. Frans P.M. Cremers Antropogenetica, UMC St Radboud, Postbus 9101, 6500 HB Nijmegen Tel: 024-3614017; fax: 024-3668752
In een van de meest vooraanstaande genetische tijdschriften, de American Journal of Human Genetics, publiceerden dr. Anneke den Hollander en collega’s van de afdeling Antropogenetica van het UMC St Radboud te Nijmegen in september de identificatie van een nieuw gen voor aangeboren blindheid (Leber congenitale amaurosis – LCA). Deze publicatie werd tevens genoemd in de “RESEARCH HIGHLIGHS” van het meest gerenommeerde genetische tijdschrift, Nature Genetics (vol. 38, 871, 2006).
In samenwerking met dr. Robert Koenekoop (Montreal, Canada), werd een Frans-Canadese familie met LCA genetisch bestudeerd. Gebruik makend van een nieuwe techniek waarmee duizenden DNA varianten tegelijkertijd geanalyseerd kunnen worden (de zogenaamde DNA array-techniek) kon het oorzakelijke defect gelocaliseerd worden op chromosoom 12. Het relevante chromosomale gebied bevatte 12 genen. Tegelijkertijd verschenen er drie publicaties die een aanwijzing gaven welke van deze genen de oorzaak zou kunnen zijn van LCA in deze familie. Twee Amerikaanse onderzoeksgroepen rapporteerden de opsporing van een gen, CEP290, betrokken bij Joubert syndroom, een ziekte van het zenuwstelsel en de spieren. Patiënten met Joubert syndroom vertonen daarnaast vaak een nierziekte en retina dystrofie. Een andere Amerikaanse groep vond dat een milde mutatie in beide kopieën van het muize CEP290 gen uitsluitend resulteert in een vroeg optredende retina degeneratie. Van het CEP290 eiwit is verder bekend dat het bindt aan RPGR, een eiwit dat betrokken is bij X-chromosomale retinitis pigmentosa.
Het CEP290 gen bleek een van de 12 genen te zijn in het segment van chromosoom 12 waar de oorzaak werd vermoed van LCA in de bovengeschetste Frans-Canadese familie. Sequentie-analyse van de 53 eiwit-coderende segmenten van het CEP290 gen in het DNA van patiënten leverde geen oorzakelijke mutatie op. Dr. den Hollander onderzocht daarna het zogenaamde boodschapper RNA van twee patiënten, en deed een belangrijke vondst. Halverwege het boodschapper RNA bleek zich een extra stukje te bevinden, waardoor het CEP290 eiwit maar ten dele werd gemaakt. Op grond van het extra stukje boodschapper RNA kon de mutatie in het DNA van de patiënten snel worden opgespoord. Deze mutatie, een zogenaamde ‘splicing mutatie’, bevindt zich tussen twee eiwitcoderende onderdelen, en was daarom eerder gemist in de analyse van het DNA van patiënten.
De nieuwe CEP290 mutatie kon worden aangetoond in beide kopieën van chrosomoom 12 van alle LCA patiënten van de Frans-Canadese familie. Daarnaast werd deze mutatie aangetoond in 16 (21%) van 76 LCA patiënten. Deze patiënten werden eerder verzameld door drs. Suzanne Yzer en dr. Ingeborgh van den Born (Rotterdam Oogziekenhuis), dr. Carel Hoyng (Oogheelkunde, Nijmegen), dr. Robert Koenekoop (Montreal), en dr. Klaus Rohrschneider (Heidelberg). Bij 4 patiënten werd de mutatie in beide kopieën van chromosoom 12 gevonden; bij 12 patiënten in één kopie. In de andere kopie werd in alle gevallen een ernstige CEP290 mutatie gevonden. Hiermee is de CEP290 splicing mutatie de meest frequente oorzaak van aangeboren blindheid in de West-Europese bevolking.
Patiënten met Joubert syndroom dragen in beide kopieën van het CEP290 gen een ernstige mutatie. Vermoed wordt dat Joubert syndroom wordt veroorzaakt door de volledige afwezigheid van het CEP290 eiwit, terwijl patiënten met LCA nog een rest-activiteit van CEP290 bezitten. Blijkbaar is het netvlies het meest gevoelig voor een verlies van functie van CEP290.
In 1999 vond dr. Anneke den Hollander het CRB1 gen, en in 2000 identificeerde dr. Ronald Roepman het RPGRIP1 gen. CRB1 is gemuteerd bij 10 – 15% van de LCA patiënten; RPGRIP1 bij 2 – 5% van de LCA patiënten. Met de opsporing van CEP290 heeft de Nijmeegse ophthalmogenetische onderzoeksgroep inmiddels 3 van de 8 bekende genen voor recessieve LCA op haar naam staan. Mutaties in de momenteel 8 bekende LCA genen verklaren ongeveer 60% van alle gevallen. In het onderzoeksproject van dr. den Hollander wordt de komende jaren gezocht naar de resterende oorzakelijke genen.